CADA PIEZA VIVE EN UNA DIRECCIÓN · NADA VIVE EN UNA SOLA SALA  

PoetósferaLa BibliotecaGerbrand Adriaensz. Bredero

Gerbrand Adriaensz. Bredero · Barroco

Vierde bedrijf — Het tweede uykomen, van ’t vierde deel.

neerlandés

Ritsaart wederkomende van Sloten.
So ick na Sloten ging door myn bekommert-he’en,
So misten ick de wegh, en liep na Amsterveen.
Ick volghden ’twagen-spoor, myn sinnen onbescheyden
Selfs sporeloos en wuft myn domme siel verleyden.
Ick ging in myn gemoedt en stapelde met kracht
Veelderley schocken van gedachten op gedacht:
Ter harten trocken uyt de klachten droef met hoopen,
Dies my een Bronne is van Tranen afgeloopen;
Ick sprack myn selven an, hier ben ick, waar is sy?
Ach lacy! inde Stadt, en Roemer isser by,
En ick ga hier alleen myn suchten wijdt verspreyden,
Verselschapt van myn sorgh, en sware swaricheyden,
Ick sackten in myn leedt, en welden in myn smart;
Het alderswaarst, helaas! dat viel my op het hart:
Ick seefden mijn gepeyns, het kaf daer uyt ghewannen,
Wat bleeffer in myn breyn? maar: Ritsaart is ghebannen,
De troetelingen van den Hopman haar verleydt,
En de verkeerde sin van haar lichtvaardicheyt.
Ick stampten met myn voet, myn ooghen opgheslaghen
Ten Hemel! en ick staar; een Rotterdamsche waghen
Met rinckelend’ geraas, en krakende ghekras
Verschoot my, en ick sach dat ick by ’tloopvelt was;
Daar scheldt ick en verfoey flux myn onachtsaamheden,
En heb voorts met een sprongh de wech te rugh getreden,
Tot dat ick wel besweet by ’t Overtoompje kom,
Dat over, en ick sla de Leydsche schinckel om,
Voort tel ick al myn schreen tot dat ick coom te Sloten,
Daar myn ghetal is uyt, en dit in ’t hooft gheschoten:
Ach ick ellendige! sal ick twee daghen hier
Verslyten gants alleen? of wil ick gaan te bier
By onbevoelijck volck, van onbevallijcke Boeren
Myn steeckt de wallich van het leven datse voeren.
Nu ick mach wederom gaan wand’len na de Stadt,
Neen dat is niet met al: waarom niet, wat schaat dat?
Ist dat myn lichaam haar niet daad’lijck mach anraaken,
Ick sal met myn ghesicht ten minsten haar ghenaaken:
En waarlijck het ghesicht in saken vande Min
Is al een treffelijck dingh! met dat my dit viel in
Besloot ick so terstont my na de stadt te spoeden
Ghelyck ghy siet, wats dit? dit gheeft my quaat vermoeden,
Dat Angeniet neemt uyt haar huys, met sulcken grooten haast.

Sigue explorando

Por su autor
Gerbrand Adriaensz. Bredero · 35 piezas más en la casa
Dónde vive
La Biblioteca

← Vierde bedrijf — Het derde uytkomen, van ’t vierde Deel.Vierde bedrijf — Het vierde uytkomen, van ’t vierde Deel. →

Expediente

Autor
Gerbrand Adriaensz. Bredero
Título
Vierde bedrijf — Het tweede uykomen, van ’t vierde deel.
Lengua
neerlandés
Época
Barroco
Sala
La Biblioteca
Identificador
ws-nl-vierde-bedrijf-het-tweede-uykomen-van-t-vierde-d--gerbrand-adriaensz-bredero-7aa2b5
Cita recomendada
Gerbrand Adriaensz. Bredero, «Vierde bedrijf — Het tweede uykomen, van ’t vierde deel.», Poetósfera, poetosfera.com/p/ws-nl-vierde-bedrijf-het-tweede-uykomen-van-t-vierde-d--gerbrand-adriaensz-bredero-7aa2b5.html

Las obras de dominio público se reproducen íntegras, con atribución y en la ortografía de su impreso. ¿Ves una errata o conoces una fuente mejor? Escríbenos desde Sobre la casa.