CADA PIEZA VIVE EN UNA DIRECCIÓN · NADA VIVE EN UNA SOLA SALA  

PoetósferaLa BibliotecaGerbrand Adriaensz. Bredero

Gerbrand Adriaensz. Bredero · Barroco

Eerste bedrijf — Derde uytkomste, in ’t eerste bedrijf.

neerlandés

Roosendaal en Angeniet.

Soo ick bet verstont waar in de eer bestaat
Als ghy de minne doet, die rueckloos ghy aengaet,
Ick had u dadelijck met strafheyt doen aenhooren
Dat my gantsch niet vernoeght dat ghy soo licht dyn ooren
An de geveynsde re’en van desen Eelman leent,
Hoe wel ghy veeltyts dat my te ontmomp’len meent!
En hout my voor verdacht in u vergaederingen:
Ghy sult myn niet (ick sweert!) uytstrycken in die dingen,
Ick weet so wel als ghy, dat de verliefde lien
Dit hebben voor ghebruick dat sy na and’re sien,
Om met die kouwden schijn ’t geselschap te bedrieghen,
Maar toch de ware gonst en kan niet altoos liegen,
Sy openbaart haar selfs voor die daer wel op let:
Gelijck de domme snip barst onvoorsien in ’t net
Dat voor sijn blint gesicht met voorraet in gehanghen,
So wert den minnaar oock heel onverwacht gevangen.
Dat ick de eere kan blijckt door ervarenheyt,
Hoe wel ick u voorheen niet een sen heb geseyt
Na welcken reghel ghy soud hebben u te voeghen,
Maar gaf u los den toom om minder te mis-noegen
Den Jonck-heer Kloridon, die sich u dienaar veynst;
Het welck ghy licht gelooft, door dien ghy niet en peynst
Dat ghy u selfs bedrieght, so wel door eygen wanen
Als door sy vleyerij met toegemaackte tranen:
Of mog’lijck dat hy u betoovert door de lof,
Die yegelijck gaeren hoort, insonderheyt in ’t Hof:
Hy is een hovelingh dit moet ghy over-legghen,
Wiens hooghste konst bestaat in wel te konnen seggen
Van ’t geen men niet en meent; al is hy wel ter taal,
Bescheyden en gheschickt en vol beleeft onthaal
En yv’righ in u dienst: ghy moet nochtans vertrouwen
Dat hy die oeffeningh ghebruyckt by alle vrouwen,
En niet voor u alleen, hoe seer hy’t hem gelaat.
Ick neem nu, of het waar al waarheyt inder daat,
Dat hy u gantsch en gaar uyt goeder harten dienden,
Wat soud in’t eynde zijn? hy komt hier om zijn vrienden
Te groeten en te sien, het welck hy heeft gedaan,
En staat nu op’t vertreck om we’er van hier te gaan,
(So hy myn heeft vertelt) vermits syn eygen saken
Niet willen dat hij hem hier langer sal vermaken
In ydelheyt en spel, en trecken niets ter hand,
Daar hem de noot-saak roept in’t waardigh Vader-land:
Waar heen dat hy de reys heeft vast-lijck voorgenomen.
Gelooft: hy sal so haast niet in sijn huysingh komen
Of ghy sult, also vart als’t lichaem van hem is,
Sijn ballingh van sijn hart en sijn gedachtnis.
Daarom so segh ick u, dat ghy u wilt regieren
Soo wel, dat hy bekent an u heusche manieren
Dat ghy hem meer festeert om sijn hooghwaardigheyt,
Als om de minne die hy heeft op u geleyt
Die ’k wel souw mogen sien en nimmer teghen houwen,
Indien ick waar verwust dat hy u socht te trouwen.

Angeniet. — Waar ’t sake datter waar soo veel verschil in mijn
Gestaltenis van staat en Kloridon de zijn
Dat ghy gelooven kond en eenichsins vermercken,
Dat hy gheveinstheyt pleeght in sijn ghelaat en wercken,
Of soo sijn waardigheyt niet waarlijck waar erkent
Van al de gene die sijn wandel zijn gewent,
Ick souw bekennen dat ick ongelijck an dede
U vaderlijcke sorgh en goe genegenthede:
Maar nu hy van sijn jonst my so veel proeven geeft,
’t Is billich dat hy oock deel inde mijnen heeft.
Doch waart dat ghy my niets, of hem valscheyt vertrouwde,
So mocht ghy voor verdacht ons t’samen-komste houde:
Dan dit en heb ick noyt an u vruntschap gesien,
Mits ghy my’t selschap gunt van d’alder-kloeckste lien,
Die my met haer versoeck vered’len en vereeren:
Doch onder al de geen dien noch by my verkeeren
Is Kloridon voor al de treff’lijckst’, de voornaamst’,
d’ Ansienlijckste, de beredenst’ en bequaamst’
Om met bevalligheyt sijn grootscheyt te bewijsen.
Helaes! wat port mijn nu sijn deuchden dus te prijsen?
Die ghy my voormaals selfs soo hoogelijck an preest,
Als ghy hem soo veel ciers en so veel eers beweest,
Als immermeer een mensch sijn waartste vrund kan bieden:
Ghy selve ginght met hem by de vermaartste lieden;
Dies hebt ghy oock de schult soo ’k hem te vry ontfangh,
Want waar hy uws niet waart, of waar sijn ommegang
Gevaarlijck geweest, of waar hy quaat van leven,
Ghy had my in’t begin wel sulck een wet gegeven
Daar ick gevoeg’lijckst na my hand te stellen aan;
En had ghy my verbot van sijn persoon gedaan,
Ick had, heer vader! u met kinderlijcker vreesen,
Na mijn schuldige plicht, gehoorsaamheyt bewesen.
Maar ’t is heden twee jaar dat ick hem eerst vernam,
Doen hy met u verlof hier t’onsen huyse quam:
Hy quam’er en hy komt, en is steets wel ghekomen,
Ontfanghen, wel ghewilt: noch oyt hebb’ ick vernomen,
Als teghenwoordigh nu, dat ghy hem yets wan-trouw’t;
Voorwaar ghy hebt gheen saack daar ghy aen twijff’len souwt’t;
Al schijnt de vryigheyt al wat te vry en veyligh,
De wil van Kloridon die is op recht en heyligh,
Ghesproten uyt een gul-hartigh hart, en de mijn
En is oock anders niet, als u, of moeders zijn.
Wal als hy u versoeckt, laat hy u dan ontdecken
Tot welcke eynde dat sijn sinlijckheden strecken!
Ghebiedt my wat ghy wilt, ghy sult my strakx sien staan
Bereydt om u ghebodt te wesen onderdaan:
Al toon ick met mijn oogh veel vriendelijcke gunsjens,
Dat is een aartje van de vrouw’tjens toover-kunsjens,
Niet als verlieft op hem, of door sijn min verdooft;
Doch wil ick wel dat hy het selve soo ghelooft,
Want ’t is der dochters Eer, de harten en de sinnen
Der mannen wel gemoedt te trecken en te winnen.

Roos. — Wel Dochter, lief dat ’s wel, dat ghy daar hebt gheseyt,
Doch acht ick voor het grootst’ u goe ghehoorigheydt.
Tot Kloridon, ick lijdt, ben ick oock meest gheneghen,
Maar wat? u Moeder is den Edelingh seer teghen,
En sach u liever aan Endimyon besteet;
Ick ga: maar denckt’er op dat ghy u niet vergheet.

Sigue explorando

Por su autor
Gerbrand Adriaensz. Bredero · 35 piezas más en la casa
Dónde vive
La Biblioteca

← Eerste bedrijfEerste bedrijf — HET EERSTE BEDRIJF →

Expediente

Autor
Gerbrand Adriaensz. Bredero
Título
Eerste bedrijf — Derde uytkomste, in ’t eerste bedrijf.
Lengua
neerlandés
Época
Barroco
Sala
La Biblioteca
Identificador
ws-nl-eerste-bedrijf-derde-uytkomste-in-t-eerste-bedri--gerbrand-adriaensz-bredero-c76163
Cita recomendada
Gerbrand Adriaensz. Bredero, «Eerste bedrijf — Derde uytkomste, in ’t eerste bedrijf.», Poetósfera, poetosfera.com/p/ws-nl-eerste-bedrijf-derde-uytkomste-in-t-eerste-bedri--gerbrand-adriaensz-bredero-c76163.html

Las obras de dominio público se reproducen íntegras, con atribución y en la ortografía de su impreso. ¿Ves una errata o conoces una fuente mejor? Escríbenos desde Sobre la casa.