Hier komt de lieve Lent by wintertyd verschynen.
Natuur, die al wie maalt door haar penceel verdooft,
Begint, nu zy dit ziet, van enk'len spyt te kwynen.
Aurora, leg uw pruik vol roozen van uw hooft:
Hier groeijen roozen die uw hulsel overtreffen.
Zoo wort VAN AELST, door konst, de waereld door beroemt.
Wie and'ren overwint behoord men te verheffen.
Zyn hand, vol geesten, heeft het blad van dit gebloemt
Beschildert met een glans, die nimmer zal verslensen.
Het loof dat heet en koud verduurt zal eeuwig staan.
Vrouw Venus zou haar krans om dit gewasch verwenssen;
Om, als zy hoogtyd houd, te pronken met de blaân;
Of als zy 't hart van Mars aanminnig komt bestryen.
'T sieraadt der Vrouwen is de lyst der Schilderyen.