Schoon zijn, o Meer- en Bosch! uw mild gekweekte rozen!
haar edelaartig bleek, haar zacht aanspraakloos blozen;
zoo lieflijk voor het oog haar saam gehuwde kleur
als voor den ademtocht uw versche lindengeur!
Die kleur, — niet voor altoos blijft zy een lust der oogen.
Die geur, — hy is weldra tot enkel niet vervlogen!
maar wat tot hart en geest de bloemschakeering zegt,
door zusterlijke hand in Ruimzicht neergelegd,
verschiet niet noch vervliegt, — ’t blad en bloem van vruchten
by ’t ruischen van Gods Woord gekweekt voor hooger luchten.
1847.