Gy draagt een schoonen naam, o jonge Bilderdijk!
O! draag hem nederig! maar waardig, door het streven
om in beroep en kunst voor hooger doel te leven,
door meer, dan d' overvloed van goud of zilver rijk.
Gy draagt een schoonen naam! en toch! gy moest begeeren
een nieuwen, — een', waar God Zijn' hemel aan verbond!
Voer dezen, in de kracht eens u gekruisten Heeren,
op 't voorhoofd, in uw hart en Hem gewijden mond!
1839.